American staffordshireterriër

American staffordshireterriër

Het is geen gemakkelijke hond qua karakter, maar er zijn meer redenen om niet aan dit ras te beginnen zoals de vaak voorkomende gewrichtsproblemen en de huidaandoeningen.

Heupdysplasie, elleboogdysplasie, patella luxatie...

Heupdysplasie (HD) en elleboogdysplasie (ED) zijn pijnlijke gewrichtsaandoeningen die vaak al op jonge leeftijd optreden. Ook aandoeningen van de knie zoals patella luxatie (losse knieschijf) en voorste-kruisbandlaesie (gescheurde kruisband) worden gezien. Voor alle aandoeningen zijn operaties mogelijk maar ondanks dat ontstaat er artrose en zijn pijnstillers vaak levenslang noodzakelijk.

Jeuk door allerlei huidaandoeningen

De American staffordshireterriër heeft vaak last van huidziektes, zoals infectie met de demodex-mijt, voedselallergie en ontsteking van de haarzakjes. De aandoeningen beginnen vaak al op jonge leeftijd en veroorzaken veel jeuk en ongemak.

Geen gemakkelijk karakter

Qua karakter staat de American staffordshireterriër erom bekend dat hij vriendelijk is voor mensen die hij kent, maar dat hij uit kan vallen naar andere honden, katten en soms zelfs naar kinderen of vreemden. Honden van dit type komen vanwege gedragsproblemen vaak in een asiel terecht. Het is beslist geen ras voor mensen met weinig hondenervaring.

Geschiedenis

Dit ras komt voort uit de Engelse staffordshirebulterriër, een hond die in Engeland vanouds gebruikt werd als huishond en erfbewaker, maar vaak ook werd ingezet voor gevechten. Hij vocht niet alleen tegen andere honden, maar ook tegen beren en stieren (stier = bull). Vandaar de naam ‘bulterriër’. In 1835 werden de gevechten verboden, maar het vechten van honden tegen honden ging in het geniep door. Men ging de honden kruisen op geschiktheid voor de ‘vechtkuil’, waar ze met elkaar vochten. Zo ontstond de pitbull terriër (pit = kuil), een kleinere, slankere, snellere hond, die feller kan vechten dan de oude bulterriër.

Begin negentiende eeuw kwamen er met Engelse en Ierse kolonisten bull terriërs mee naar Amerika. Ze werden daar gebruikt als waakhond, herdershond, jachthond, en soms ook als vechthond. Maar met deze honden werd doorgefokt op een heel ander type hond dan eerder in Engeland: men ging fokken op een familiehond met een hoge tolerantie tegenover kinderen. In 1889 werden de eerste exemplaren van het nieuwe ras gepresenteerd, genaamd ‘staffordshireterriër’. De naam werd later gewijzigd in ‘American staffordshireterriër’, om hem te onderscheiden van de staffordshirebulterriër uit Engeland.

Aantal bij dit ras bekende erfelijke aandoeningen
11
Risico

Hoog risico op erfelijke aandoeningen

In de (vak)literatuur worden nog meer erfelijke aandoeningen genoemd. Vaak bestaat hiervoor weinig bewijs of komt de aandoening in Nederland zelden voor, dan wel is het ongerief nihil. Deze aandoeningen worden hier voor de volledigheid wel getoond, maar krijgen een score nul.

Atopie (omgevingsallergie) (2) LICG, 2016
Tarpataki N et al., 2006
Bacteriële folliculitis (bacteriële infectie van de haarzakjes) (1) LICG, 2016
Demodicosis (gevoeligheid voor infectie met Demodex-mijt) (4) Baller L et al., 2012
CIDD
LICG, 2016
Elleboogdysplasie - grote hond (aandoening elleboog) (4) IDID
Janutta
LICG, 2016
Orthopedic Foundation for Animals, 2014, ED
Epilepsie (1) LICG, 2016
Food hypersensitivity (voedselallergie/-overgevoeligheid) (1) LICG, 2016
Heupdysplasie - grote hond (ontwikkelingsstoornis heup) (5) CIDD
Comphaire et al
IDID
LICG, 2016
Orthopedic Foundation for Animals, 2014, HD
Mastceltumor (mastocytoom, kanker van specifieke afweercellen) (1) Villamil JA
Neuronale ceroïde lipofuscinose (ophoping van vet in zenuwcellen) (3) Abitbol M et al., 2010
BroeckxBJG
LICG, 2016
Patella luxatie (losse knieschijf) (1) Orthopedic Foundation for Animals, 2013, PL
Voorste-kruisbandlaesie ('voetbalknie') (2) LICG, 2016
Necas A et al., 2000
Deel deze pagina