Veelgestelde vragen

Als stichting zijn wij tegen dit soort praktijken. Onze stichting focust op erfelijke aandoeningen bij rashonden, wij maken daarin geen onderscheid tussen rashonden en lookalikes, omdat zij met dezelfde problemen kampen. Dat betekent niet dat we broodfok goedkeuren en daar besteden wij dan ook af en toe aandacht aan.

Wij kunnen u niet adviseren over een goede fokker van een bepaald ras. Wel is ons advies om, wanneer u met een fokker in contact bent, u uitgebreid te laten voorlichten door de fokker. Verifieer onder andere of de ouderdieren getest zijn op (de meest voorkomende) erfelijke aandoeningen en vraag naar de resultaten van deze testen. De ouderdieren dienen aanwezig te zijn bij de fokker (of één van de twee, soms is de reu van een andere fokker) en horen gezond te zijn en in een fijne, schone omgeving te verblijven. Ook dienen de herkomstpapieren en de inentingen e.d. van de ouderdieren en pups op orde te zijn. Wanneer fokkers deze gegevens niet kunnen of willen tonen, kunt u het beste op zoek gaan naar een fokker die dat wel kan en bereid is om met u over alle ins-en-outs van het ras te praten. Als u meer wilt weten over hoe u een goede fokker herkent, lees dan dit artikel

Ook kunt u, als u meer wilt weten over veel voorkomende erfelijke aandoeningen bij het ras van uw keuze, even kijken op onze RashondenWijzer

Daarnaast zitten er vele honden in het asiel, mogelijk ook een hond die bij u past. Deze honden verdienen natuurlijk een nieuw fijn leven. Zij zijn vaak al volwassen, waardoor u weet wat voor hond u in huis haalt. 

Wij zijn van mening dat een koper op het moment dat hij een rashond koopt, op de hoogte dient te zijn van het risico op erfelijke aandoeningen. Wat wij met de RashondenWijzer willen doen, is de consument helpen een afgewogen keuze te maken in de aankoop van een (ras)hond. Dit doen wij door zo goed mogelijk in kaart te brengen welke erfelijke aandoeningen er bij de verschillende rassen voorkomen en deze te scoren op basis van ernst, behandelbaarheid en prevalentie. Wij willen dus niet suggereren dat alle fokkers slecht of te kwader trouw zijn. Wel moeten wij op basis van de beschikbare gegevens helaas constateren dat er maar weinig rassen zijn waar geen grote gezondheidsproblemen mee bestaan. De problematiek is ons inziens zo groot dat deze alleen kan worden aangepakt door op een systematisch andere manier te gaan fokken, waarbij de gezondheid van de hond op de eerste plaats komt en niet de raszuiverheid. 

De actie van Dier&Recht omtrent paarden alleen in de wei is afgelopen in 2012. U kunt wel melding doen bij de dierenpolitie. Zij staan in contact met alle betrokken instanties. Afhankelijk van de melding wordt de dierenpolitie, de Dierenbescherming, de Landelijke Inspectiedienst of de NVWA ingeschakeld. 

Gewone honden kunnen ook ziek worden. Maar bij niet zuivere rashonden (bastaards en kruisingen) is (logischerwijs) veel minder sprake van inteelt en dus van erfelijke aandoeningen. Niet-rashonden leven langer, zijn gezonder, vitaler en hebben meer levenslust. Zowel de aanschafkosten als de dierenartskosten zijn over het algemeen een stuk lager. Natuurlijk kunnen ook bastaardhonden een erfelijke aandoening krijgen, maar die kans is een stuk kleiner.

Stichting Dier&Recht werkt nauw samen met Varkens in Nood. Samen maakten we onder andere een einde aan het castreren van tientallen miljoenen biggetjes, brachten we massale overtredingen in de vee-industrie aan het licht, maakten we een einde aan een gruwelijke verdovingsmethode voor 400 miljoen kippen en werden veetransporten verbeterd. Varkens in Nood steunt Dier&Recht met een financiële bijdrage, maar geeft ook advies ten gunste van de dieren in de vee-industrie. Dier&Recht helpt Varkens in Nood weer bij het voeren van rechtszaken én voor een betere juridische status van dieren.

De inhoudelijke en juridische kennis van Dier&Recht sluit uitstekend aan bij de campagnes en projecten van Varkens in Nood. De activiteiten van Varkens in Nood en Dier&Recht worden vermeld in de donateursmailing zodat de donateurs goed op de hoogte zijn.

De samenwerking bespaart bovendien kosten.  Er is maar één organisatie en één directeur. De kennis van de ene organisatie wordt gebruikt door de andere, hard- en software worden gedeeld, enzovoort. Er zijn wel twee besturen, maar de bestuursleden ontvangen geen vergoeding. Al met al zorgt de samenwerking voor minder kosten en blijft er meer geld over voor de dieren. 

De Raad van Beheer heeft in haar doelstelling ‘het behouden en verbeteren van hondenrassen’ staan. Dat is wat vreemd, want hoe kun je iets verbeteren, terwijl je het wilt behouden? In de praktijk blijkt dat van het behoud weinig terecht komt; de oorspronkelijke Cavalier in de 17e eeuw ziet er heel anders uit dan de Cavalier zoals wij die kennen. Ook rassen als de Engelse Bulldog en Duitse herder zijn de afgelopen decennia veranderd, dit is vaak ten koste gegaan van de gezondheid.

Het uiterlijk van onze rashonden wordt bepaald door mode en smaak. Het hebben van een èchte rashond geeft mensen vaak een gevoel van status. Wat veel mensen niet weten is dat een èchte rashond geen garantie is op een gezonde hond. Eerder het tegendeel; het doorfokken op uiterlijke kenmerken creëert honden die vaak lijden aan diverse erfelijke aandoeningen. Rashonden fokken heeft tegenwoordig geen echt doel meer, de meeste honden worden niet meer ingezet voor specifieke doelen zoals het hoeden van schapen of de jacht. Het gaat er alleen nog om wat mensen “mooi” vinden.

Het Van Dale woordenboek definieert een ras als “Een groep van individuen, van een andere groep onderscheiden door een aantal erfelijke en lichamelijke overeenkomsten.” Rashonden zijn dus honden die gedeelde uiterlijke en gedragskenmerken hebben en ook genetisch aan elkaar verwant zijn. In de meeste gevallen zijn de specifieke kenmerken van een ras door een rasvereniging vastgelegd in een zogenaamde rasstandaard. Daar staat in wat voor vacht, oren, bouw etc. een hond van een bepaald ras heeft of moet hebben. De rasstandaard biedt een voorbeeld waarnaar door rashondenfokkers wordt gefokt. Deze rasstandaarden leiden helaas vaak tot welzijnsproblemen en het ontstaan van erfelijke aandoeningen.

We onderscheiden twee soorten rashonden: rashonden met stamboom en rashonden zonder stamboom. Wanneer in de RashondenWijzer over ‘rashonden’ wordt gesproken, wordt de hele groep bedoeld, tenzij expliciet anders vermeld. Van rashonden met stamboom is door een rasvereniging beoordeeld dat zij aan alle vereiste kenmerken voldoen en dat beide ouders óók een stamboom hebben. Bij honden zonder stamboom is dit niet het geval, maar omdat zij over het algemeen gefokt zijn uit rashonden die wel een stamboom hebben en over dezelfde uiterlijke kenmerken beschikken (om deze reden worden ze ook wel ‘lookalikes’ genoemd) worden rashonden zonder stamboom wel tot het ras gerekend. Rashonden met en zonder stamboom hebben over het algemeen te maken met dezelfde aangeboren ziektes en aandoeningen.

Wanneer een hond ouders heeft uit verschillende rassen, dan spreken we van een kruising of een bastaard. Omdat deze hond een diversere genenmix heeft is de kans op erfelijke aandoeningen doorgaans kleiner. Toch komen ook bij kruisingen regelmatig erfelijke aandoeningen voor, met name wanneer rassen worden gekruist die met dezelfde veelvoorkomende aandoeningen te maken hebben.

De conclusie van het onderzoek van Dier&Recht luidt dat maar heel weinig hondenrassen nog ‘echt’ gezond zijn. De meeste rashonden worden namelijk doorgefokt op uiterlijke kenmerken; inteelt en erfelijke aandoeningen zijn het gevolg. De hondenrassen die het beste scoren in de RashondenWijzer zijn vaak die hondenrassen die het minst onderzocht zijn. Anders gezegd: bij meer onderzoek zouden mogelijk meer erfelijke aandoeningen ontdekt kunnen worden waardoor ook deze honden slecht kunnen scoren.

Er zijn echter wel rashondenfokkers die een gerichter fokbeleid voeren en hierbij rekening houden met (enkele) erfelijke aandoeningen. De kans op erfelijke aandoeningen zal bij deze rashonden lager kunnen zijn dan vermeld op de RashondenWijzer. Laat u daarom altijd uitgebreid voorlichten door de fokker. Verifieer daarbij of de ouderdieren getest zijn op de meest voorkomende erfelijke aandoeningen en vraag naar de resultaten. Wanneer fokkers u deze gegevens niet kunnen of willen tonen, ga dan op zoek naar een andere fokker!

Kalfjes die overbodig zijn in de melkindustrie staat inderdaad een miserabel leven te wachten in de kalverhouderij, dus misschien is euthanasie op jonge leeftijd, hoe gek het ook klinkt, wel diervriendelijker dan een leven in een kale stal tot de slacht. Maar lichte kalfjes die geëuthanaseerd worden, worden vervangen door honderdduizenden geïmporteerde zwaardere kalveren, zelfs uit verre landen als Litouwen en Polen. Deze horen eigenlijk nog bij de moeder te zijn en daar te drinken, maar in plaats daarvan gaan ze op transport. Kalveren hebben nooit geleerd om gebruik te maken van de nippels waardoor ze water kunnen drinken, dus op de soms lange reizen hebben ze vaak ook nog eens enorme dorst.

De meeste kalveren die in Nederland vetgemest worden, zijn bestemd voor de export, het gaat dan meestal om wit kalfsvlees. Het vlees blijft wit door de dieren opzettelijk bloedarmoede te bezorgen. Een ieder die aan bloedarmoede lijdt, weet hoe veel leed dit veroorzaakt. Dat de kalverhouderij een zieke bedrijfstak is, moge duidelijk zijn.

Het doodspuiten van de kalfjes is dus slechts een onderdeel van een veel groter probleem. Sinds het melkquotum is losgelaten, dreigen steeds meer lichte, maar gezonde kalfjes een spuitje te krijgen. Het loopt uit de hand. Euthanasie van lichte kalveren werkt het vervoer en de import van kalveren in de hand. Ook daarom verzoeken we de politiek het doden van de kalfjes aan banden te leggen.

Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht