Belgische herdershond / Tervuerense Herder

Belgische herdershond / Tervuerense Herder

Zoals bij veel typen herdershonden komt ook bij de Tervuerense herdershond heupdysplasie en elleboogdysplasie voor. Heupdysplasie komt bij dit ras veel minder vaak voor dan bij de Duitse herdershond (5 procent tegenover 21 procent), maar nog steeds krijgt gemiddeld één op de twintig honden deze ernstige aandoening. Pijnstillende behandelingen en hersteloperaties hiervoor zijn kostbaar, ook omdat het een vrij grote hond betreft. De aandoeningen manifesteren zich vaak al op jonge leeftijd. Bij dit ras komen ook regelmatig epilepsie en maagtumoren voor. Deze aandoeningen zijn lastig te elimineren doordat ze zich vaak pas manifesteren als er al met de honden is gefokt.

Geschiedenis

Belgische herders waren tot het eind van de negentiende eeuw alleen bekend als werkhonden van boeren en schaapherders. Ze werden niet gezien als een ras. Eind negentiende eeuw veranderde dat. In 1891 werd in Brussel door de dierenarts Prof. Dr. Reul de Club du Chien de Berger Belge (‘Belgische Herdershonden Club’) opgericht. Er werden in eerste instantie drie varianten erkend: de langharige, de ruwharige en de kortharige Belgische herder. Sindsdien zijn er diverse kenmerken en varianten toegevoegd en geschrapt. Op 8 mei 1892 werd in Kuregem (een wijk in de gemeente Anderlecht) de eerste tentoonstelling voor Belgische herders gehouden. In dat jaar werd de eerste rasstandaard opgesteld.

Oorspronkelijk werd de Belgische herdershond gebruikt voor het hoeden van schaapskudden. Toen er steeds minder schapen waren, werd hij ingezet voor andere taken, zoals waken, verdedigen, speuren. Hij werd een veelzijdige gebruikshond. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden Belgische herders gebruikt als wachters en boodschappers. Sindsdien zijn ze steeds populairder geworden als huisdier.

Eind jaren vijftig van de twintigste eeuw werden er definitief vier varianten erkend. De Tervuerense herder – zo genoemd naar de gemeente Tervuren bij Brussel – werd een apart ras, naast de groenendaeler, de Laekense herder en de Mechelse herder. Ze verschillen van elkaar in kleur en vachtsoort, en vinden hun oorsprong in verschillende regio’s van België.

Aantal bij dit ras bekende erfelijke aandoeningen
7
Risico

Hoog risico op erfelijke aandoeningen
DNA-testen beschikbaar

Geen

In de (vak)literatuur worden nog meer erfelijke aandoeningen genoemd. Vaak bestaat hiervoor weinig bewijs of komt de aandoening in Nederland zelden voor, dan wel is het ongerief nihil. Deze aandoeningen worden hier voor de volledigheid wel getoond, maar krijgen een score nul.

Cataract (staar) (2) CIDD
IDID
Chronische superficiële keratitis [Pannus] (langdurige oppervlakkige hoornvliesontsteking) (2) CIDD
Peelman LJ, 2009
Elleboogdysplasie - grote hond (aandoening elleboog) (1) Orthopedic Foundation for Animals, 2014, ED
Epilepsie (5) CIDD
IDID
MCD Amsterdam, 2015, Epilepsie
Peelman LJ, 2009
Professionals Fokkerij, 2011
Heupdysplasie - grote hond (ontwikkelingsstoornis heup) (3) Boer
Orthopedic Foundation for Animals, 2014, HD
Professionals Fokkerij, 2011
Maagcarcinoom (maagkanker) (2) BHCN, 2017
IDID
Vitiligo (lokaal pigmentverlies) (3) CIDD
IDID
Peelman LJ, 2009
Deel deze pagina

Oh nee, een pop-up!

Geloof ons, wij houden er ook niet van.
Maar als zelfstandige stichting zijn we volledig afhankelijk van particuliere donaties.

Miljoenen dieren hebben jouw hulp nodig.

Ja, ik help de dieren

Nee, bedankt (ik ben al donateur)