Het leven van een vleeskalf

Kalf in hok

Niet iedereen weet dat melkproductie alleen mogelijk is doordat iedere koe jaarlijks een kalf ter wereld brengt. De melk is niet voor het kalf maar voor de mens; daarom wordt een kalf direct na de geboorte bij zijn moeder weggehaald. Maar wat te doen met al die ‘overbodige’ kalfjes?

Kalveren, restproduct van de melkveehouderij

Het grootste deel van de kalveren die op het melkveebedrijf geboren worden – ongeveer 70 procent – is niet van nut voor de melkproductie. Het gaat om alle stiertjes, die immers geen melk kunnen produceren, en zo’n 40 procent van de vrouwelijke kalfjes. Voor deze overtollige kalveren is een markt ontstaan: die van het kalfsvlees. In Nederland worden jaarlijks 1,5 miljoen vleeskalveren geslacht.

Gescheiden van de moeder

Omdat een pasgeboren zoogdier nog geen eigen afweer heeft, is het erg belangrijk dat het moedermelk kan drinken. Met name de eerste moedermelk, de biest, bevat veel afweerstoffen. Kalveren die direct na hun geboorte gescheiden worden van hun moeder, zijn voor de biest – en de voedingen die daarop volgen – volledig afhankelijk van de zorg van de melkveehouder. En daar ontbreekt veel aan, zo blijkt uit de hoge sterftecijfers (meer dan 13% van de kalfjes sterft in het eerste levensjaar).

De eerste twee weken van hun leven brengen de kalfjes door in volledige afzondering, in een eenlingbox of een kalveriglo. Hun afweer is nog zo zwak dat ze niet bij andere kalveren geplaatst kunnen worden vanwege het infectierisico.

Als zuigeling op transport

Als de kalfjes twee weken oud zijn, worden ze opgehaald voor transport naar de kalvermesterijen. Ze hebben nog een veel te zwakke afweer om in aanraking te komen met soortgenoten; met name het contact met kalveren van andere bedrijven is gevaarlijk, omdat elk bedrijf z’n eigen ziekteverwekkers heeft. Tel daar de stress van het vaak lange transport bij op, en het is geen wonder dat veel kalfjes ziek worden.

Spelen is er niet bij

Eenmaal op het kalverbedrijf staan de kalfjes nog zo’n zes weken in hun eentje opgesloten. Vanaf de leeftijd van acht weken is de kalvermester verplicht om ze in groepen te houden. Ze hebben dan gezelschap en iets meer ruimte, maar spelen is er niet bij voor deze sociale kuddedieren. De roostervloeren in de stal zijn daar te hard en te glibberig voor, en veroorzaken valpartijen.

Zwak en ziek door het voedingsregime

Ook spelen in de wei is er niet bij. Omdat hun vlees blank of rosé moet zijn op het bord van de consument, worden de kalfjes op een onnatuurlijk dieet gezet. Gras eten is daarbij ten strengste verboden. Hun karige rantsoen met een groot tekort aan ruwvoer en ijzer veroorzaakt veel gezondheidsproblemen, zoals chronische maag- en darmstoornissen, en (lichte) bloedarmoede.

Rijp voor de slacht

De meeste vleeskalveren in Nederland – de witvleeskalveren – worden al op de leeftijd van zes maanden geslacht. Rosékalveren worden geslacht als ze acht à negen maanden oud zijn. Het kalfsvlees is grotendeels bestemd voor de export.

 Vind jij ook dat vleeskalveren recht hebben op gezondheid, gezelschap, gedartel, frisse lucht en een comfortabele, veilige stal? Teken nu de petitie, en strijd samen met ons voor een beter leven voor kalveren!

Deel dit artikel
Robyn Pees

Als jurist en inhoudelijk medewerker op de campagnes voor landbouwhuisdieren zet ik me in om een einde te maken aan het enorme leed van de miljoenen dieren achter gesloten staldeuren. Ooit zal de mensheid met afschuw terugkijken naar de erbarmelijke manier waarop we nu met onze mededieren omgaan. Ik wil er met mijn werk aan bijdragen dat ik die dag nog ga meemaken. Ieder dier heeft recht op een dierwaardig leven. Dieren kunnen niet voor zichzelf opkomen, daarom moeten wij ze een stem geven!