Dier&Recht start campagne tegen torenhoge kalversterfte

Dode kalveren

De sterfte van kalfjes in de melkveehouderij is hoger dan ooit. Eén op de zeven kalveren crepeert op de boerderij. Het gaat om zo’n 350.000 dieren per jaar. De oorzaak: bedrijven worden steeds groter en de aandacht voor het individuele kalf verdwijnt. Dier&Recht start een petitie, gericht aan Friesland Campina om de hoge kalversterfte te stoppen.

Kalversterfte ieder jaar hoger

Uit gegevens van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) blijkt dat de kalversterfte in 2015 extreem hoog was: 13,3% van de geregistreerde kalveren (vanaf 3 dagen oud) sterft in het eerste levensjaar. Ook vóór ze geregistreerd worden op 3 dagen oud is al 8% overleden. Samen is dat ruim één op de zeven dieren. Al jaren neemt de sterfte onder kalveren gestaag toe: in 2009 vond de GD 9% sterfte vanaf dag 3 al veel te hoog. In 2014 stierf 10,8% en in 2015 dus 13,3%. De resultaten uit de eerste helft van 2016 laten nog steeds een stijging zien.

Kalveren: een restproduct

Kalveren worden direct na de geboorte bij hun moeder weggehaald en zijn daarna volledig afhankelijk van de boer voor hun biest, de eerste moedermelk. Op de steeds groter wordende bedrijven staat de productie van melk voorop en is er weinig aandacht voor individuele kalveren; de biest wordt te laat gegeven, het kalf krijgt te weinig of de biest is vervuild. Hierdoor ontstaan vaak diarree of luchtweginfecties. Omdat kalfjes nauwelijks economische waarde hebben, creperen ze aan ziekte of worden ze geëuthanaseerd.

Het kan anders

Volgens experts is een sterfte van 5% bij een goede voorziening van biest haalbaar. En op Nederlandse bedrijven waar kalfjes door de koe gezoogd worden, sterft 7% van de kalveren in het eerste levensjaar.

Petitie

Dier&Recht vraagt dierenvrienden op de petitie te tekenen die Friesland Campina, Nederlands grootste zuivelcoöperatie met zo’n 80% marktaandeel, oproept tot maatregelen om met haar boeren de torenhoge kalversterfte te stoppen.

Deel dit artikel