Hoe verklein je de kans op erfelijke epilepsie? Dierenarts en epilepsiedeskundige Paul Mandigers aan het woord

Golden retriever pup
Om epilepsie te voorkomen is het onvoldoende om alleen de zieke hond en zijn/haar ouders uit te sluiten van de fok. Omdat je niet weet wie wel en wie niet drager van de ziekte is, kun je het beste ook alle volle broers en zussen uitsluiten.

Onder rashonden is epilepsie een groeiend probleem. Hoe kun je voorkomen dat toekomstige pups deze ziekte krijgen? We vragen het aan dierenarts-specialist en epilepsiedeskundige Paul Mandigers.

Met welke honden moet niet worden gefokt en waarom niet?

“Gezien de grote impact van epilepsie op het leven van hond en gezin moet je de ziekte zien te voorkomen. Natuurlijk moet je niet fokken met honden die lijden aan epilepsie. Maar dat is bij lange na niet genoeg. Als het om erfelijke epilepsie gaat, zijn zowel de vader als moeder drager en is pakweg de helft van de nakomelingen van deze ouderdieren ook drager. Alleen de ouders en de lijder uitsluiten van de fok is niet genoeg.

Omdat je niet weet wie wel en wie niet drager is, kun je het beste ook alle volle broers en zussen (bij risicorassen) uitsluiten voor de fok. Met halfbroers en -zussen en nakomelingen van de broers en zussen kun je alleen fokken als je vooraf een risicoberekening maakt. Is het risico te groot, doe het dan niet. Zo’n risicoberekening is niet heel moeilijk te maken en kan door fokkers en rasverenigingen zelf gedaan worden.

Gelukkig zijn er diverse rasverenigingen die een veel strenger en doordachter beleid voeren dan de Raad van Beheer. Die rasverenigingen staan wellicht nu voor harde keuzes maar ze zijn voorgegaan door diverse andere rasverenigingen die in staat bleken de frequentie terug te dringen met het uitsluiten van ouders en broers en zussen van lijders, en het maken van risicoberekeningen. Zo was ooit in een Amerikaanse populatie van Tervuerense herders de frequentie lijders maar liefst 17 procent. Dit cijfer is nu aanzienlijk lager. Zelfs als je niet weet hoe het exact vererft kun je iets doen.”

Hoe staat u tegenover het meldpunt?

“Het is geweldig dat er nu een centraal, openbaar meldpunt is. De informatie verdwijnt te vaak in de doofpot. Een fokker wil geen epilepsie bij zijn pups, maar hoe kan hij/zij dat voorkomen als hij/zij geen kennis heeft van de voorouders en verwanten?

Laat dit centrale meldpunt een databank worden voor alle fokkers. Dan kunnen fokkers verantwoorde keuzes maken bij de selectie van de ouderdieren. Het openbare meldpunt is een goede ondersteuning hierbij. Laten we daarbij niet gaan schelden. Epilepsie bij je hond is iets wat jouw hond en jezelf overkomt. Dit is niet iets wat je met opzet laat gebeuren. Als iemand dus zo goed is het te melden, voorkom dan dat de eigenaar of de fokkers in een kwaad daglicht worden geplaatst.”

Meld een hond met epilepsie!

Aarzel niet en meld je hond met epilepsie bij het meldpunt. Ook als een hond inmiddels is overleden, is het belangrijk deze alsnog te melden. Zijn ouders, broers en zussen kunnen nog in leven zijn en als fokdier gebruikt worden.

Alleen samen krijgen we epilepsie bij rashonden onder controle!

Deel dit artikel
Kelly Kessen

Als dierenarts voor gezelschapsdieren werd ik vrijwel dagelijks geconfronteerd met zieke rashonden en raskatten. Het is frustrerend om te zien hoeveel dieren kampen met erfelijke aandoeningen of lijden onder de extreme uiterlijke kenmerken waar ze doelbewust op worden gefokt. Veel van dat lijden is te voorkomen door te fokken op genetische diversiteit en een gezond uiterlijk. Bij Dier&Recht zet ik me in om fokkers en eigenaren daarvan bewust te maken, zodat er meer gezonde dieren worden gefokt en gekocht. Daarnaast ben ik actief betrokken bij het verbeteren van wetten en regelgeving rond het fokken van honden en katten.