Nederlandse overheid heeft geen grip op mestvervuiling

koeien

Het is de Nederlandse overheid niet gelukt om de veehouderij te verduurzamen en de mestvervuiling aan te pakken. Sterker nog, de maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen om milieuvervuiling door mest terug te dringen, hebben vooral averechts gewerkt, zo blijkt uit een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer.

Ammoniak-, stikstof- en fosfaatuitstoot gestegen ondanks maatregelen
Nederland moet voor de ammoniak-, stikstof- en fosfaatuitstoot voldoen aan normen van de Europese Unie (EU). Dit is een belangrijke voorwaarde voor de uitzonderingspositie voor Nederlandse veehouders om meer dierlijke mest op het land mogen uitrijden dan veehouders in veel andere EU-lidstaten (de zogeheten derogatie).

Om deze felbegeerde uitzonderingspositie te behouden – zonder aan de uit de kluiten gewassen veestapel te hoeven tornen – heeft de Nederlandse overheid sinds 2013 verschillende maatregelen genomen om de uitstoot door de veehouderij terug te dringen. Zonder resultaat. De Europese normen voor ammoniak-, stikstof- en fosfaatuitstoot werden stelselmatig overschreden en de uitstoot steeg op alle drie de aspecten.

Die stijging is grotendeels toe te schrijven aan de groeiende veestapel, en als gevolg daarvan de stijging van de hoeveelheid mest. De totale mestproductie steeg in 2017 zelfs met ruim zes procent ten opzichte van 2013.

Opeenstapeling van regels is oorzaak van het probleem
Om bij de EU de indruk te wekken dat de uitstoot werd aangepakt, is de Nederlandse wet- en regelgeving voortdurend aangepast en uitgebreid. Maar deze opeenstapeling van maatregelen is eerder de oorzaak van het probleem dan de oplossing, oordeelt de Rekenkamer.

Er zijn grote gebreken bij uitvoering en toezicht op de maatregelen die de uitstoot moeten beperken. Zo lag de uitstoot van stallen met luchtwassers hoger dan door de overheid werd aangenomen omdat luchtwassers in de praktijk niet goed werken of – in strijd met de milieuvergunning – niet eens waren geïnstalleerd.

Ook de naleving en handhaving van wetgeving blijkt niet op orde, waardoor mogelijkheden en de prikkels om te frauderen zijn toegenomen. Zo kwam eind 2017 de grootschalige en systematische mestfraude aan het licht, en bleek nieuwe fosfaatwetgeving fraude met aantallen dieren in de hand te werken. De overheid heeft volgens de Rekenkamer bovendien weinig zicht op de fraude en niet-naleving.

Het kabinet wordt dan ook aanbevolen te stoppen met het aanpassen van de regels en het invoeren van nieuwe regels. ‘Stel heldere normen vast en zet in op handhaving daarvan. Vereenvoudig de regels. Verminder de regeldruk.’

Haalbaarheid van uitstootnormen kwetsbaar geworden
De Rekenkamer concludeert dat de overheid weinig grip heeft op de mestvervuiling. Door het beleid om verdere groei van de veehouderij mogelijk te blijven maken, is de haalbaarheid van de EU-uitstootnormen kwetsbaar geworden. Hiermee is met instemming van het parlement een bewust risico genomen dat gevolgen heeft voor veehouders en de belasting van de biodiversiteit, aldus het rapport.

Het is volgens Dier&Recht dan ook hoog tijd dat er een einde komt aan het halsstarrig vasthouden aan de immer groeiende veestapel. De veehouderij moet drastisch inkrimpen. Dat is de enige échte oplossing voor de buitensporige vervuiling van bodem, water en lucht, structurele mestfraude en grote risico’s voor dier- en volksgezondheid.

Stichting Dier&Recht heeft het rapport van de Algemene Rekenkamer doorgestuurd aan de Europese Commissie.

Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht