Weidegang voor koeien op vrijwillige basis werkt niet

Heel vaak wordt beweerd dat boeren, als ze de keuze hebben en het geen financieel nadeel geeft, kiezen voor het welzijn van hun dieren. Bij koeien is dit in ieder geval niet het geval.

Universiteit Wageningen concludeerde al in 2002 en in 2005 dat weidegang goed scoort op de gebieden dierenwelzijn, diergezondheid, imago voor de sector, arbeid, economie, weidevogels, ammoniakvervluchtiging en energiegebruik. In 2008 was de conclusie dat weidegang ook onder moeilijke omstandigheden economisch voordelig is, bijvoorbeeld in geval van een grote koppel dieren in combinatie met een melkrobot en de toekomstige mestwetgeving. Nationaal beschikbare weidegangpremies versterken dit voordeel. Alleen de veehouders zelf denken dat opstallen meer oplevert, maar dat zit hem meer in het boerenhoofd dan in de feiten. Het is vooral een mentaliteitsprobleem. Boeren zijn cijferfetisjisten geworden. Ze zitten voortdurend achter de computer uit te rekenen, hoe ze met zo weinig mogelijk middelen zo veel mogelijk melk uit de koe kunnen krijgen, het exacte omslagpunt dat een koe onvoldoende melk produceert en naar de slachterij  kan, hoe ze met krachtvoer en medicijnen de productie kunnen verhogen. En is er een drang om alles groter en moderner te maken.

Veel koeienboeren missen langzaam maar zeker iedere relatie met hun dieren, met de natuur om hen heen en met de maatschappij. Ze denken alleen in efficiency en maakbaarheid. De dieren zijn doorgefokt, krijgen medicijnen, eten doorgefokt gras, eten krachtvoer van genetisch gemodificeerde soja en hebben allerlei ziektes. En de boer kijkt er naar en denkt alleen: hoe kan ik de productie nog  verder optimaliseren? Vandaar die megastallen. Alles onder één dak, de koeien aan de melkrobot , een computer die alles registreert, geen invloeden van buitenaf zoals zon, regen of kruiden in het gras; alles onder controle.

Die hang naar controle en optimalisering hebben niet alleen koeienboeren, maar ook schapenboeren. Een aantal jaar geleden was er een discussie in de Tweede Kamer om het couperen van de staarten van schapen te verbieden. Dit couperen, voor alle duidelijkheid, is buitengewoon pijnlijk. Er was geen enkel wetenschappelijk bewijs dat het couperen noodzakelijk was en ondanks tegenwerking van de schapenboeren, is een verbod in 2008 toch ingevoerd en dat is een succes gebleken. Maar het is volstrekt onbegrijpelijk waarom die schapenboeren indertijd wilden blijven couperen, want er was nauwelijks reden voor. Het is een kwestie van mentaliteit. Eindeloos sleutelen aan de dieren, zelfs als dat evident geen nut heeft. Die mentaliteit vindt men ook terug in de rashondenwereld, bij de tuiniers met hun onberispelijke gazons waar ieder leven uit is gehaald en bij klussers in huis die niet meer kunnen stoppen.

Die neiging van de mens, niet alleen van koeienboeren, tot oeverloos perfectioneren en het onvermogen om de natuur of het toeval een beetje zijn gang te laten gaan, speelt een belangrijke rol bij de keuze voor het permanent op stal houden van koeien. Misschien levert het de koeienboer ook enig gemak op, de koeien staan allemaal op stal, maar zoveel scheelt dit niet want koeien lopen vanzelf wel de stal binnen om gemolken te worden. De boer heeft zelf extra werk omdat hij moet hooien, daar waar eerder de koeien zelf het weiland begraasden. Ook de kosten van de tractor, benzine en het personeel zijn nadelig.

Er zijn grote nadelen voor de koeien. Zo concludeert de ASG, onderdeel van de Universiteit Wageningen, dat het op stal houden resulteert in meer klauw-, poot-, uier- en reproductieproblemen. De Europese Voedsel Autoriteit EFSA stelt dat geen weidegang leidt tot meer sterfte en tot problemen met uiers, poten en vruchtbaarheid. EFSA stelt dan ook dat koeien toegang moeten hebben tot goed onderhouden grasland of andere geschikte buitencondities, op zijn minst gedurende de zomer of bij droog weer (EFSA, 2009a; EFSA, 2009b). Ook de dierenartsen komen tot hetzelfde oordeel (KNMvD, 2006). Zonder enige twijfel zijn koeien blijer en hebben ze een beter welzijn als ze in de wei mogen. Dat blijkt wel uit de jaarlijkse koeiendansen. Ook voor het milieu is het op een aantal belangrijke punten (zoals een lager energieverbruik en minder broeikasgassen) beter om de koeien in de wei te laten grazen. En weidegang is ook positief voor andere vormen van leven, zoals voor insecten en vogels. En last but not least: koeien horen bij ons landschap en megastallen detoneren ermee.

Allerlei wetenschappelijke rapporten, in 2002, 2005, 2008 en in 2013, tonen aan dat het permanent op stal houden van koeien de boer geen financieel voordeel biedt. Toch verdwijnen de koeien in rap tempo uit de weilanden. Sinds jaren wordt er gesproken over meer weidegang, maar de praktijk levert het tegendeel op: ieder jaar staan er minder koeien buiten in de wei. Dit betekent dat steeds meer koeien permanent binnen blijven en dat de koeien die wel buiten komen, minder lang in de weide staan. In 2013 stond 32% van de koeien permanent op stal, in 2006 was dit 17%. Naar verwachting is het aantal koeien dat niet meer buiten komt in 2016 gestegen naar 42%. Dit ondanks wetenschappelijk bewijs dat opstallen slecht voor de dieren is, weinig maatschappelijk draagvlak heeft, in de meeste gevallen financieel nadelig is en ook het milieu lang niet altijd dient.

De trend om koeien op te stallen is een trend die in gang is gezet door de koeienboeren en die alleen van buitenaf gestopt kan worden. Dit kan door een wetswijziging. GroenLinks heeft ooit een voorstel geformuleerd dat dieren het recht geeft om een bepaalde hoeveelheid tijd in de buitenlucht door te brengen. Voor koeien bestaat hier geen enkel bezwaar tegen.

Ook supermarkten kunnen er voor zorgen dat weidegang de norm wordt. Stichting Dier&Recht startte met Varkens in Nood in 2009 een campagne om de castratie van biggen in Nederland te stoppen. Na de nodige druk, onder andere via rechtszaken, waren in 2012 alle supermarkten gestopt met het inkopen van vlees van gecastreerde varkens. Na decennia praten over een castratiestop, ging de ontwikkeling ineens heel snel toen de supermarkten gecastreerd vlees niet meer accepteerden. Supermarkten zijn door hun omvang en positie de regisseur van de keten: zíj kunnen via hun inkoopvoorwaarden bepalen of koeien buiten komen. Financieel heeft weidegang voor de boer geen nadelen, eerder voordelen. En dat geldt in beginsel dus ook voor de prijs die de supermarkten betalen. Dit neemt niet weg dat de melkveehouder meer betaald zou moeten krijgen voor zijn product, maar dit terzijde.

Stichting Dier&Recht kan via het Burgerlijk Wetboek opkomen voor de belangen van dieren. De stichting kan rechtsvorderingen instellen als ze van mening is dat dierenbelangen (zonder redelijk doel) geschaad worden. Als supermarkten de plicht tot weidegang niet opnemen in hun inkoopvoorwaarden, handelen ze ook onrechtmatig jegens Dier&Recht. Ze werken dan namelijk mee aan het toebrengen van pijn en leed en/of het aantasten van gezondheid of welzijn van de koeien zonder dat er sprake is van een redelijk doel (artikel 36 Gwwd, de wet op het dierenwelzijn). Ook zouden ze bij een redelijke afweging van de voor- en nadelen moeten kiezen vóór weidegang. Het is onrechtmatig om bij een gering of niet aanwezig eigen belang het algemeen belang zoals weidegang voor koeien, niet te beschermen. Daarnaast kan het besluit om koeien in de stal en ver van de wei te houden, worden gezien als maatschappelijk onwenselijk. Om deze drie redenen achten wij het onrechtmatig als supermarkten nalaten hun inkoopvoorwaarden aan te passen (artikel 6:162 BW).

Sinds het laatste rapport van de Universiteit Wageningen van juli 2013 is duidelijk dat weidegang op vrijwillige basis, zoals onder andere bepleit door de stichting Weidegang, geen succes is. Dier&Recht zal daarom via de politiek proberen een wetswijziging tot stand te brengen zodat weidegang voor koeien verplicht wordt gesteld.

Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht