Erfelijke aandoeningen bij rashonden

Erfelijke aandoeningen vormen al decennia een groot probleem bij rashonden mèt en zonder stamboom en even lang heeft de rashondenwereld dit probleem vrijwel genegeerd. Men is doorgegaan met het fokken van rashonden met een extreem uiterlijk en ernstig ziek genetisch materiaal. Pas door juridische druk zoals (de dreiging met) rechtszaken, veel media-aandacht en als gevolg daarvan politieke druk, is de sector aan het veranderen. Gelet op het feit dat velen in de rashondenwereld niet willen veranderen en vasthouden aan schadelijke raskenmerken (uiterlijke kenmerken die schadelijk zijn voor de gezondheid) en raszuiver fokken (inteelt), blijft continue druk van buitenaf noodzakelijk.

Primaire verantwoordelijkheid bij fokker

Net als de KNMvD (standpunt 7-11-2010) en de staatssecretarissen Bleker en Dijksma is ook Dier&Recht van mening dat de primaire verantwoordelijkheid op het gebied van erfelijke aandoeningen ligt bij de fokkers. Alleen de fokkers kunnen weten wat er zich in de bloedlijn (bij de voorouders) heeft afgespeeld en zij behoren ook op de hoogte te zijn van de minder goede en/of riskante eigenschappen van het hondenras dat zij fokken. Fokkers dienen minimaal vijf generaties terug te gaan met hun onderzoek naar erfelijke gebreken.

KNMvD: “Fokkers moeten dieren met een erfelijke aanleg voor aandoeningen die gezondheid en/of het welzijn van het dier (potentieel) schaden uitsluiten van de fokkerij, desnoods via het onvruchtbaar maken van dieren.”

Inteelt

Zeer veel hondenrassen worden geteisterd door inteelt. Pas na tientallen jaren is het fokken met broer en zus en vader en dochter verboden. Maar nog altijd mogen van de Raad van Beheer bijvoorbeeld neef en nicht gekruist worden. Volgens Engels onderzoek bedraagt de inteeltcoëfficiënt van een hondenras als de Welsh Terrier 14%. Dat is een verwantschap gelijk aan grootvader met kleindochter. Drentsche Patrijshonden zijn gemiddeld even verwant aan elkaar als broer en zus, met een gemiddelde inteeltcoëfficiënt van 26%. De Cavalier is afkomstig van twee reuen in de jaren dertig. Volgens het onderzoek van De Boer (UU 2010) wordt minder dan 7% van de populatie rashonden ingezet voor het fokken. Sommige reuen hebben tientallen dekkingen per jaar en dus honderden afstammelingen.

Extreem uiterlijke kenmerken

Staatssecretaris Bleker zei het al, “hondenfokkers zijn van God los”.  Honden die in de ogen van sommige fokkers mooi zijn, zijn vaak alleen al door hun uiterlijk, gedegenereerd en niet in staat tot een normaal hondenleven. Te denken valt aan een te nauwe luchtpijp en ademtekort, geen staart, kromme poten, een te kleine schedel voor de hersenen, een korte snuit met daardoor benauwdheid, alleen kunstmatig kunnen bevallen, enzovoort, enzovoort.

Ondanks alle druk van buiten geeft de Raad van Beheer nauwelijks enige verlichting van de (extreme) raskenmerken waar rashonden aan moeten voldoen bij hondenshows.

Stoppen met zieke hondenrassen en andere hondenrassen toelaten

Het bovenstaande betekent in de ogen van Dier&Recht dat er bij nog al wat hondenrassen gestopt moet worden met het fokken binnen de bestaande populatie. Sommige rassen (zie de RashondenWijzer) zijn zo door en door ziek, dat ze niet meer te redden zijn. Met het fokken van deze rashonden moet gestopt worden (zie hieronder de Cavalier 2.0).

Bij minder zieke hondenrassen dient door de rashondenvereniging en de Raad van Beheer het kruisen met honden van buiten het hondenras niet alleen toegestaan te worden, maar zelfs verplicht gesteld. Dat is de enige manier om hondenrassen die nog te redden zijn, daadwerkelijk te hulp te schieten. Het is de enige manier om hoge inteeltcoëfficiënten terug te dringen.

Schadelijke raskenmerken zijn voor alle hondenrassen bij wet verboden en deze dienen hadden a;l lang verwijderd moeten worden uit de rasstandaard (de omschrijving van het uiterlijk van een rashond). Artikel 3.4 Besluit houders van dieren is al op 1 juli 2014 ingegaan.

Ook de KNMvD is van mening dat bij rassen waarbij terugfokken naar een gezond ras binnen de bestaande populatie niet meer mogelijk is, honden van buiten het ras moeten worden gebruikt om de genenpool te vergroten. Ook het stoppen met fokken van een specifiek ras kan een oplossing zijn.

Noodzaak van in stand houden van historisch ras is vaak schijnargument

Dier&Recht constateert dat het vreemd is om met alle geweld een hondenras in stand te houden met een beroep op traditie c.q. historische waarde van een ras. Veel hondenrassen lijken nauwelijks nog op de oorspronkelijke hond, zoals bij de Cavalier King Charles Spaniël. Dit was in de 17e eeuw een hond met een normale lengte van poten en een normale snuit.

Stop met honden met een schadelijke raskenmerken

Dier&Recht is van mening dat het met veel moeite trachten om een ras als de Cavalier King Charles Spaniel weer gezond te maken, heilloos is. De populatie is te verziekt. De enige manier om een gezonde Cavalier te fokken, is een Cavalier 2.0 te creëren met het uiterlijk van de 17e eeuwse Cavalier en vanuit een gezonde genenpool. Het origineel fokken, opnieuw beginnen dus , met honden zonder genetische afwijkingen en niet terugfokken met bestaande Cavaliers. En volgens een gezonde rasstandaard, met honden met een normale schedel, geen uitpuilende ogen en goed op de poten staand. En vervolgens goed opletten dat dezelfde fouten als voorheen niet meer gemaakt worden.

Dier&Recht benadrukt nogmaals dat het volgens artikel 4.3 Besluit houders van dieren verboden is om honden met een ziekmakend uiterlijk te fokken. Kijk op de RashondenWijzer en zie dat bij bijvoorbeeld de Cavalier heel wat erfelijke gebreken zijn te voorkomen door dit hondenras weer een normaal hondenuiterlijk te geven.

Medische testen, doekje voor het bloeden

Ten onrechte wordt veel waarde gehecht aan allerlei testen. Ten eerste hebben veel van dit soort maatregelen pas over vele generaties, misschien wel pas over twintig jaar, enig effect, mogelijk met uitzondering van enige monogenetische aandoeningen. Ondertussen worden er onnoemelijk veel zieke honden gefokt. Ten tweede zijn sommige rassen zo ziek dat de ene ziekte misschien verdwijnt, maar een andere toeneemt. Stel bijvoorbeeld dat er alleen nog gefokt zou worden met een Cavalier zonder Syringomyelie, zonder hartklachten op jonge leeftijd en zonder chronische oogaandoeningen. Dan blijft van de populatie misschien nog maar 25% over. De genetische variëteit wordt dan nog kleiner, waardoor andere erfelijke aandoeningen toe kunnen nemen. Wordt er geselecteerd op de ene aandoening, dan is de kans groot dat de andere toeneemt en vice versa. Ten derde worden testen regelmatig van hun waarde ontdaan door de invloed van rasverenigingen. Zo is bij de Cavalier het testen op chiari malformatie/syringomyelie beperkt tot 1 jaar en 3 jarige leeftijd, dit terwijl bekend is dat de ziekte vaak pas op drie jaar klinisch wordt. Testen op hartfalen zouden door moeten gaan tot vijf à zes jarige leeftijd , maar dit gebeurt nu op 2,5 jarige leeftijd. Eigenlijk zou er alleen gefokt mogen worden vanaf 5 jarige leeftijd. Het testen lijkt dus meer op ene gebaar dan op een maatregel. Ten vierde: van DNA testen wordt veel verwacht, maar in de praktijk is de toepasbaarheid zeer beperkt. Ten vijfde is van veel erfelijke gebreken al lang bekend dat ze veel voorkomen (zie de RashondenWijzer), dus nog meer onderzoek is eigenlijk nergens voor nodig. Ten zesde is het vreemd om veel geld te spenderen. Professor Rothuizen stelt in een interview (Volkskrant 3-7-2014) dat er 15 tot 20 miljoen euro nodig is om onderzoek te doen naar de 500 meest voorkomende aandoeningen. De enige reden voor deze aanpak is de eis hondenrassen raszuiver te houden, dus voortmodderen binnen een genetische pool van zieke honden. Ten zevende is het sinds 1 juli 2014 bij wet verboden (artikel 3.4 Besluit houders van dieren) om met gezelschapsdieren te fokken die drager zijn van een erfelijke aandoening of van schadelijke raskenmerken (uiterlijk kenmerken die leiden tot gebreken) of die op onnatuurlijke wijze geboren moeten worden (keizerssnede). Als laatste zijn medische testen niet relevant waar het gaat om schadelijke raskenmerken: iedereen kan weten dat een Franse bulldog zonder neus, een Cavalier met een te kleine schedel of een Duitse herder met ingezakte rug, hierdoor gezondheidsklachten kan krijgen.

Fraudegevoeligheid

Er is momenteel geen systeem om fraude bij fokkers op te sporen, waardoor zij door kunnen gaan met het fokken van dieren met een genetische afwijking. De controle en handhaving van de regels die beschreven staan in het VFR, zullen slechts incidenteel plaatsvinden, bijvoorbeeld op basis van een klacht via het Tuchtcollege. Zelfs met een goede controle is fraude mogelijk. Om voor rashonden een HD-vrij verklaring te verkrijgen kunnen, volgens insiders, röntgenfoto’s worden gemanipuleerd. Dat is misschien de verklaring dat bij de Duitse herders (rapport Universiteit Wageningen februari 2015) ondanks allerlei maatregelen het percentage HD vanaf 1985 slechts 5% is afgenomen en nog altijd rond de 20% schommelt (o.a. De Boer, UU  2010). Het gaat hier om de lijders, het percentage dragers kan nog veel hoger zijn.

Standpunt Dier&Recht

  • Er wordt al veel te lang gepraat en onderzoek gedaan
  • Bij veel hondenrassen is voldoende kennis over erfelijke aandoeningen om meteen maatregelen te kunnen nemen
  • Bij ernstig zieke hondenrassen: stop met fokken en begin opnieuw (bv Cavalier 2.0)
  • Bij minder zieke rassen: stamboeken openstellen
  • Bij redelijk gezonde hondenrassen: meer controle
  • Stambomen moeten een garantie op gezondheid bieden
  • Rasstandaard moeten worden aangepast
  • Geld van (nog meer) onderzoek moet naar handhaving gaan
  • Raad van Beheer c.q. de sector hebben voldoende kansen gehad. Sinds 1988 zijn er talloze plannen gepresenteerd, maar vooruitgang is er nauwelijks geboekt
  • Fokkers dienen zich te houden aan artikel 3.4 Besluit houders van dieren dat een verbod bevat op het fokken van gezelschapsdieren met een erfelijke aandoening, met schadelijke raskenmerken en die zich niet natuurlijk kunnen voorplanten. Dit verbod wordt bij het overgrote deel van de hondenrassen op meerdere punten overtreden.

 

Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht