Vijf redenen waarom boeren wel en niet moeten zeuren

1 oktober: honderden boeren rijden op hun trekkers naar Den Haag om te protesteren. Ze zijn boos. Hebben ze een reden tot klagen? Hieronder vijf redenen waarom boeren wél of niet moeten zeuren.

Waarom wél zeuren:

  • De veehouderij is in tientallen jaren explosief gegroeid en de grenzen van wat houdbaar is zijn al lang overschreden. Daardoor worden boeren inderdaad met de ene na de andere nieuwe regel gedwongen tot allerlei investeringen en acties, terwijl die voor hen niets opleveren. 
  • Veel boeren verdienen extreem weinig en maken lange dagen. Als ze dan ook nog eens merken dat ze nauwelijks waardering krijgen voor hun werk is het zeer begrijpelijk dat ze daar emotioneel op reageren.
  • Onze overheid pretendeert een (lokale) kringlooplandbouw na te streven, maar sluit ondertussen handelsverdragen zoals Mercosur, TTIP en CETA, die ervoor zorgen dat goedkope producten van buiten Europa ons land binnen kunnen komen. Die producten zijn onder andere zo goedkoop omdat ze niet aan de Europese, iets strengere regels voor dierenwelzijn en milieu voldoen. Dat is valse concurrentie en daar zou iedereen boos over moeten zijn. 
  • De boeren hebben gelijk als ze zeggen dat de Nederlandse consument boter op het hoofd heeft. Veel consumenten zeggen waarde te hechten aan het dierenwelzijn van ‘productiedieren’ als varkens, koeien en kippen, maar blijken in de supermarkt toch voor goedkoop, keurmerkloos vlees te kiezen.
  • En ook belangrijk: in een goeie democratie mag je van je laten horen als je ergens voor staat. Gelukkig mag er dus gedemonstreerd worden!

Waarom níét zeuren:

  • Het protest komt veel te laat. Al in de jaren '60, toen er nog kleinschalige landbouw was en de schaalvergroting nog moest beginnen, hadden boeren op kunnen komen voor de dieren (die toen vaak nog buiten leefden), voor de grond (die toen nog niet overbemest en vervuild was) voor de biodiversiteit, en voor elkaar (toen je nog kon leven van een klein bedrijf met kleine aantallen dieren). Deels hebben boeren de huidige impasse aan zichzelf en hun voorgangers te danken.
  • Roepen dat boeren niet de oorzaak zijn van het stikstofprobleem is domweg niet waar. De veehouderij is verantwoordelijk voor 70 procent van de Nederlandse stikstofuitstoot. Dat komt vooral door de ammoniak die vrijkomt uit mest van koeien, kippen en varkens. Heus, niet alléén boeren moeten stikstof minderen. Maar wat grotendeels jullie probleem is, vraagt ook grotendeels jullie oplossing.
  • De roep ‘zonder boeren geen eten’ is volstrekt uit zijn verband gerukt. Ja, we hebben boeren nodig en waarderen het dat jullie ons voedsel maken. Maar Nederland exporteert ongeveer 80% van wat er hier gemaakt wordt naar het buitenland. Als we alleen produceerden wat Nederlanders nodig hebben, en misschien een heel klein beetje meer, dan zou de Nederlandse grond en natuur dat prima aankunnen.
  • “Wij moeten de wereld voeden”, wordt vaak gehoord. Dat is walgelijk. Nederland voedt de wereld niet. Kleinschalige backyard farms voeden de wereld! Tot wij ze helemaal dood concurreren met onze bulkproductie en restproducten zoals goedkope uitgelegde legkippen, varkenspoten en enorme melkpoederbergen. Onze megalomanie leidt tot valse concurrentie en daardoor armoede in derdewereldlanden. Het ontneemt kleine boeren elders hun levensonderhoud.
  • De roep dat de boer in de steek gelaten wordt door zowel de burger als de politiek berust niet op feiten. Uit peilingen blijkt dat een ruime meerderheid van de samenleving achter de boer staat. Daarnaast is de boerenlobby enorm goed vertegenwoordigd in Den Haag. CDA, VVD, ChristenUnie en SGP nemen het sinds jaar en dag op voor de agrarische sector. Ook vergeten de boeren in hun betoog de enorme landbouwsubsidies die ze ontvangen. Alleen aan directe inkomenssteun krijgen zo’n 45.000 Nederlandse boeren jaarlijks ongeveer 725 miljoen euro Europese landbouwsubsidie uitgekeerd. Dat is gemiddeld meer dan 16.000 euro per boerenbedrijf.
Dierenrecht.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Dier&Recht